• Header-nieuw-groen
  • SONY DSC
  • OLYMPUS DIGITAL CAMERA
  • SONY DSC

Oud vicaris maakt veelzeggende opmerking

oud vicarisgeneraal dr. P.Rentinck

We troffen in het blad van de Vereniging van Pastoraal werkenden een artikel aan van oud-vicaris generaal P.Rentinck. Hij stond destijds aan de wieg van het beleid van het Aartsbisdom tot een meer missionaire pastoraal en hij heeft hard gewerkt aan het ontstaan van de grote parochies. Boeiend om te lezen hoe hij nu tegen ontwikkelingen aankijkt en hoe hij er mee omgaat. Met name is opmerkelijk hoe hij het beleid van de huidige aartsbisschop beoordeelt.
Een vraag is natuurlijk: zou deze analyse van iemand die de zaak van binnenuit kent, gevolgen moeten hebben voor de opstelling van de Vereniging Geloofsgemeenschap ’t Zand?

 

Een weg van geleidelijkheid

Toen ik 65 werd was ik vicaris generaal. Aangezien onze bisschop 2 jaar later 75 zou worden, heb ik (en niemand in mijn omgeving) niet overwogen, om op dat moment te stoppen met mijn werk en ontslag in te dienen.
Bij de komst van de nieuwe bisschop was is 68 jaar. De nieuwe bisschop wilde met een nieuwe vicaris generaal starten. Ik was dus vrij om een nieuwe keuze te maken:

Ik heb toen gekozen om pastor te worden in het parochiepastoraat. Hoewel ik ook mijn bestuurlijk werk altijd als pastoraat heb beleefd, is mijn hart altijd blijven uitgaan naar het parochiepastoraat. Hier kun je mensen nabij zijn in alle situaties van het dagelijks leven, van geboorte tot overlijden. Bovendien wilde ik graag meewerken aan de concrete uitvoering van het diocesaan pastoraal beleid Op weg naar missionaire geloofsgemeenschappen. Dit verlangen naar parochiepastoraat was zo sterk, dat ik niet serieus overwogen heb, om met emeritaat te gaan.

 

Fusie
Toen ik als pastoor begon was het besluit tot fusie van de parochies in de stad Utrecht al gevallen. Aanvankelijk zou dit een fusie van 7 parochies worden maar de nieuwe bisschop vond het belangrijk dat de kathedrale parochie zelfstandig zou blijven, vandaar dat het een fusie van 5 parochies werd. De wil om samen te gaan was er bij alle vijf, maar het kostte nog veel tijd en energie om dit voornemen tot uitvoering te brengen. Na anderhalf jaar kon de fusie gerealiseerd worden.
Vanaf 1 januari 2010 is er de ene parochie Sint Martinus in Utrecht met één gezamenlijk beleidsplan, waarin ook staat dat de eigen identiteit van elk der plaatselijke geloofsgemeenschappen gerespecteerd en verder ontwikkeld zal worden

 

De fusie werkt
Het voordeel van deze fusie was dat we één pastoraal team konden vormen met naast mij twee pastoraal werker en aanvankelijk ook twee pastoraal werksters, van wie de een al spoedig overleed en de andere na twee jaar met pensioen ging. We hadden een goed en eensgezind pastoraal team. We begonnen de vergaderingen altijd met Schriftlezing en onderlinge geloofscommunicatie. Ik heb het al heel weldadig ervaren dat we zo de pastorale verantwoordelijkheid samen konden delen.

In de uitvoering van het pastoraal beleid hadden de plaatselijke geloofsgemeenschappen primair de houding van ‘houden wat we hebben’. Maar geleidelijk aan is samenspraak en samenwerking tot ontwikkeling gekomen. We hebben veel gezamenlijke initiatieven ondernomen om meer missionair te worden en ook alle geloofsgemeenschappen afzonderlijk namen missionaire initiatieven. In grote eensgezindheid hebben we ook een nieuw pastoraal beleidsplan tot en met 2015 opgezet. Naar het beeld van Sint Martinus die zijn mantel met een bedelaar deelt, hebben we als motto voor onze parochie gekozen Delen met elkaar.
 Dat ‘met elkaar’ slaat niet alleen op de vrijwilligers en de kerkgangers maar ook op andere katholieken en christenen , op alle bewoners van de wijken met een voorkeur voor de arme. Dat we als één parochie gegroeid zijn bleek bij mijn afscheid als pastoor.

 

Emeritaat
Ik ben nu enige tijd met emeritaat en ik kan zeggen dat ik mij er goed bij voel. Het is wel een bevrijding als je geen verantwoordelijkheid meer hoeft te dragen voor het pastoraal beleid, met name nu het beleid van het bisdom er op gericht is om plaatselijke geloofsgemeenschappen op te heffen. Ik maak me grote zorgen hoe we als kerkgemeenschap pastoraal en missionair nabij kunnen zijn als de geloofsgemeenschappen in veel stadswijken en dorpen verdwenen zijn. (curs.red.)

Ik kan doorgaan met mijn gewoonte om elke dag te beginnen met de viering van de eucharistie in kleine groep. Ik beleef hierin mijn verbondenheid met de liefdesgemeenschap van God en met de universele kerk van ‘altijd en overal’.
Verder wordt mijn dag bepaald door het getijdengebed. Ik heb nu meer tijd voor bezinning en meditatie en om me te verdiepen in de kerkvaders. Ik hoop zo wat meer bij God thuis te raken. Daarnaast heb ik nu ook de zorg voor het dagelijks eten en winkelen, wassen en strijken.

 

Toekomst
Ik ben wel verhuisd maar ik blijf in de parochie wonen en hoop als vrijwilliger actief te blijven. Zo ga ik in de weekenden voor in de vieringen van de Eucharistie. Ik zie dit niet als ‘gaten vullen’. De eucharistie is het hart van de geloofsgemeenschap en het geeft me bovendien de kans om mijn medeparochianen te blijven ontmoeten.
Ik sluit me aan bij 5 emeritipriesters en een emeritusdiaken die in onze parochie wonen. Daarnaast doe ik aan enkele onderdelen van het vormingsprogramma mee.
Ook blijf ik beschikbaar voor het sacrament van de ziekenzalving.
Ik heb in deze jaren ervaren hoe mooi dit sacrament is. Ook bij nietkerkgangers zie ik vaak hoe dit sacrament troost en gelovig vertrouwen geeft.

 

Bron: VPWinfo oktober 2014

Het is niet mogelijk nog een reactie te plaatsen.