• Header-nieuw-groen
  • SONY DSC
  • OLYMPUS DIGITAL CAMERA
  • SONY DSC

De verwoesting van een bisdom afl. 2

Reeds bij het aanwijzen van de eucharistische centra heeft het zich gewroken, dat het zonder echt overleg is gebeurd. Als argument hanteerde men toen, dat overleg ter plaatse over deze zaken veel conflicten zou kunnen opleveren vanwege de tegengestelde belangen. Daar zit wat in, maar de rekening krijgt men nu gewoon wat later. Van een aantal pastorale teams heb ik vernomen, dat men de geloofsgemeenschap van het eucharistisch centrum de moeilijkste gemeenschap van de hele parochie vindt. In dat geval is te vrezen dat deze gemeenschap ook niet de meest gastvrije is naar de andere gemeenschappen toe en omgekeerd dat de andere geloofsgemeenschappen ook niet graag naar die gesloten gemeenschap toe zullen gaan. Het is te vrezen dat de eucharistische centra hetzelfde lot te wachten staat als de andere kerkgebouwen.

De achterliggende agenda: klerikalisme

In het stuk van kardinaal Eijk wordt het aantal eucharistische centra zo bepaald dat elke kerk van deze aard een pastoor heeft, die bijgestaan wordt door eventueel een medepriester en door lager opgeleide onbezoldigde diakens, catechisten en andere vrijwilligers. Voor het wegvallen van de pastorale werkers en werksters en bezoldigde diakens worden financiële redenen gegeven. Toch lijkt er ook iets anders de agenda te bepalen. Wat er door de aanwezigheid van pastorale werkers en werksters op liturgisch gebied is ontstaan moet afgeschaft worden: als er kerken open blijven, waar geen priester aanwezig kan zijn, blijft er een vraag naar Woorddiensten of Woord-en-Communievieringen en deze leveren ongewenste concurrentie voor de priester en de eucharistie op.

Dit staat allemaal niet met zoveel woorden in de brief van kardinaal Eijk, maar voor de aanwezigheid van dit motief als achterliggende reden voor het hele plan zijn twee redenen te noemen. De eerste reden is natuurlijk de overeenkomst in getal tussen het gewenste aantal open kerkgebouwen en het geschatte aantal priesters in 2028. De andere reden is dat kardinaal Eijk in de afgelopen tijd niet alleen de toeleiding voor pastorale werkers en werksters voor nieuwe kandidaten heeft beëindigd, maar dat hij ook besloten heeft deze pastorale beroepskrachten na hun pensionering niet meer op te nemen in de adreslijst van het aartsbisdom, waar allen die werkzaam zijn in het aartsbisdom vermeld stonden, inclusief de gepensioneerde medewerkers in het pastoraat. Wanneer ik in de toekomst een oude collega-pastoraal-werker wil bellen, moet ik een oude adreslijst bij de hand hebben. Daarnaast heeft hij besloten om de pastoraal werkers en werksters ook niet meer uit te nodigen voor de bijeenkomsten van de emeriti. Er is geen enkel theologisch argument voor deze stappen, behalve het tonen dat hij niet van deze krachten houdt. De kardinaal geeft slechts een maatschappelijk argument: ik heb geen andere relatie tot deze mensen dan een contractuele arbeidsrechtelijke. Dat zij gedoopte medegelovigen zijn, die vaak grote verdiensten hebben voor ons bisdom blijkt geen reden voor een wat hartelijker benadering. In de maatschappij zijn er zelfs industriële bedrijven die een humaner benadering van hun personeel hebben, zodat men oud-werknemers als bevriend netwerk van het bedrijf behandelt. Vanuit de sociale leer van de kerk is dat ook toe te juichen. Maar voor de kerk lijken lagere normen te gelden. De bisschop wil met andere woorden de functie van pastoraal werker en werkster onaantrekkelijk maken en hun geschiedenis uitwissen. Misschien hoopt de kardinaal zelfs dat ze naar andere bisdommen vertrekken, zodat hij eerder van “het probleem” af is.

Ik noem deze benadering klerikalistisch. Klerikalisme is niet dat men het gewijde ambt hoog heeft, want die hoogachting is gepast. Het gaat per slot van rekening om een sacrament in de kerk. Klerikalisme is wel, dat de verhoudingen binnen de kerk omgekeerd worden. Het gewijde ambt staat ten dienste van het gemeenschappelijk priesterschap van alle gelovigen. Maar wanneer heel het functioneren van de kerk ten dienste komt te staan van de gewijde ambtsdragers, heet dat klerikalisme. In dit geval lijkt het erop, dat het aartsbisdom Utrecht opgeofferd wordt aan zijn priesters.

wordt vervolgd (klik hier)

Jozef Wissink is priester van het Aartsbisdom Utrecht en emeritus-hoogleraar praktische theologie van de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg.

Het is niet mogelijk nog een reactie te plaatsen.